Rolstoelrock

Met de rolstoellift land ik voor De Harmonie, de onlangs deels vernieuwde stadsschouwburg van Leeuwarden. Benieuwd wat er allemaal nieuw is en of het beter rolstoeltoegankelijk is. Ik herinner me nog goed hoe ik aldaar rond 2020 een bijeenkomst bijwoonde over de toegankelijkheid van Leeuwarden, en hoe lastig het was om in de pauze de weg te vinden naar het invalidentoilet.

Toegankelijk Leeuwarden

Destijds kon ik nog met een rollator lopen. Er kwam een gastvrouw van het theater aan te pas om mij via een goederenlift en facilitaire ruimten naar een verstopt toilet te brengen. Niet dat het toilet verstopt was, maar het toilet was verstopt. Ik had het zelf niet kunnen vinden en om er weer vandaan te komen evenmin. Ik moest zelf maar mijn weg terug naar het symposium vinden. Toen ik bij de kleine foyer was aangekomen bleek de pauze al voorbij en iedereen al in workshops te zitten.

Ik was van tevoren gevraagd om met ideeën over toegankelijkheid & spraakbeperking te komen want de Werkgroep Toegankelijk Leeuwarden miste die loot nog aan haar boom. Omdat iedereen al in de workshops zat en ik stevig baalde van de omslachtige weg naar de wc v.v., overhandigde ik mijn op schrift gestelde opmerkingen aan een gastvrouw van het congres. Dacht ik. Waarschijnlijker is het dat het een interieurverzorgster was en dat ze mijn vel papier professioneel afgevoerd heeft, want ik heb er nooit weer iets van gehoord. Ik ben teleurgesteld vertrokken.

Ingang

Vandaag kom ik voor een musical, maar stiekem ook, vol verwachting, als undercoverinspectrice van de rolstoeltoegankelijkheid. Als er na de verbouwing onverhoopt nog toegankelijkheidsproblemen zijn, gaan ze nog van me horen.

Het gaat al mis als A mijn rolstoel over de stoep naar de ingang wil duwen. Het trottoir is over een grote lengte hellend aangelegd, waardoor de rolstoel steeds naar de straatkant afbuigt, tot A er klaar mee is en maar op de weg gaat lopen. Voor het gebouw is namelijk zo'n vaag soort shared space-conglomeraat waar je je leven sowieso niet zeker bent.

De ingang is vernieuwd en volgens de berichten in de media zou die nu beter zichtbaar zijn. Vanuit mijn rolstoelperspectief zie ik in de gauwigheid alleen een lange rij glazen waarachter kennelijk onder meer kantoren zijn. Ik benijd de medewerkers die daar door de week werken niet ze zitten gewoon op straat, alleen een glazen wand scheidt hen van voorbijgangers en pottekijkers. Kwaadwillenden kunnen gewoon meelezen wat op de bureaus ligt en op het beeldscherm staat, wat nou privacy? Die arme drommels in hun, momenteel onbemenste, glazen kooi, ze kunnen nooit ongegeneerd een broodje kroket achter hun bureau consumeren of de snotjes uit hun neus - peuteren.

(altijd begin oktober)

De oude entree zie ik direct, maar waar de nieuwe is, kan ik alleen bepalen aan de hand van de lange rij die ervoor staat. Vreemd, na alle bombarie in de pers had ik geen opstoppingen bij de ingang verwacht. Omdat de stoep maar smal is (en nog steeds scheef), staan er dranghekken tussen stoep en straat. Is hier niet over nagedacht, of is het nog niet af? Of gaan we met zijn allen space sharen danwel shared spacen? Omdat wij vanaf de taxi- en invalidenplaats komen en de massa vanuit het stadscentrum, moeten we eigenlijk via de straat om de rij heen lopen en achteraan sluiten, maar A duwt de rolstoel er maar van onze kant tussen, want   wie zegt dat die andere mensen niet verkeerd staan? We stuiten meteen op een te hoge drempel. Letterlijk.

Rolstoelplek

Bij binnenkomst lijkt er op het oog weinig veranderd. We banen ons door de menigte een weg naar de zaal. Zodra ik met mijn rolstoel om de hoek kom, rol ik regelrecht een andere rolstoelster tegen het lijf. Ik hoor haar begeleidster venijnig tegen haar metgezellin zeggen: "Die mevrouw in de rolstoel moet ergens anders gaan zitten; wij zitten hier al." Fijn voor jullie, wij hebben ons eigen plekje immers wel, gereserveerde plaatsen naast rij 5. Zij zitten opzij van rij 4. Net als vóór de vernieuwing, ik had zo gehoopt dat ik als rolstoeler eens wat meer in het midden mocht zitten, al was het alleen maar om geen stijve nek te krijgen.

Ik kom er al gauw achter dat de rolstoelplek krapper is geworden. Ik zit behoorlijk dicht op de zaaldeur en kan nauwelijks rangeren of aan de kant komen want de grote achterwielen wentelen tegen het opstapje naar rij 6 aan. Het betekent dat ik geen ruimte kan maken voor al die mensen die nog rij 5 in willen. A vraagt vriendelijk of de rolstoelmevrouw naast rij vier iets naar voren wil rollen opdat het publiek rij 5 in kan. "Nee," zegt ze.

Huh, horen we dat goed? Haar begeleidster gaat zelfs in de aanval. "Wij hebben deze plekken gereserveerd, we gaan hier niet weg." A legt uit dat er even ruimte moet worden gemaakt zodat andere mensen ook naar hun gereserveerde plaatsen kunnen, maar de helleveeg houdt voet bij stuk. Ik zit hier, lekker puh.

"Nou, dan stappen we er wel óverheen," reageert een man lakoniek en hij voegt de daad bij het woord door over mijn benen te klimmen. En velen volgen. Al die tijd blijft A staan om mensen de ruimte te geven. De pinnige chaperonne sneert nog eens naar ons: "Wíj zitten hier!" Precies, dat is het hele punt, mevrouw.

Show must go on

Ik ben geen musicalfan laat staan dat ik een kenner ben. Het kost me in het begin even moeite om in het verhaal te komen, zeker omdat de eerste zanger verre van het evenbeeld en -geluid van Freddy Mercury blijkt. Na een tijdje went het en terwijl het overige publiek op de maat meezwaait, opgetuigd met volautomatische centraal aangestuurde polsbandjes vol feestverlichting - 'U mag geen opnamen maken, want uw verlichte telefoonschermpje is storend voor anderen' - beperk ik me tot onhoorbaar meezingen. Applaudisseren heb ik al lang geleden afgeschaft, ben al lang blij dat mijn handen elkaar kunnen vinden bij het handenwassen. Mij rolstoel wordt aanvankelijk door de man achter mij gebruikt als drumstel. Een milde blik over mijn schouder is voldoende om de drummer te stoppen. Heeft-ie even geluk dat ik voor hem zit en niet die coöperatieve troela's. 

Pauze

In de pauze blijf ik lekker zitten waar ik zit. De zaal loopt leeg zodat de nieuwe lichtgrijze zitplaatsen langzamerhand zichtbaar worden. A gaat wat drinken voor ons halen. Als de zaal weer volstroomt, komt mijn charmante rolstoeloverbuurvrouw ook terug. Alsof dat nodig was, zegt ze luid,zodat iedereen het kan horen: "Dit is ónze plek," en haar begeleidster doet er nog een niet mis te verstane schep bovenop: "Hier zaten wíj." De rolstoelster rijdt tot vlak voor mijn arme teentjes en dan is er helemaal geen ruimte meer voor wie rij vijf in wil.

A probeert nog maar een keer om de rolstoelster ertoe te bewegen om eventjes naar voren te rijden zodat de mensen er langs kunnen. Maar met deze keiharde feeksen is dat tot mislukken gedoemd. "Wij zaten hier eerst," stelt de sidekick. Het lijkt verdorie wel of ze mij mijn plek misgunnen. Ik dacht dat rolstoelers een soort bondgenoten en partners in disablement waren, weer een illusie armer. Ik heb net zo goed voor mijn plek betaald als jullie, mopper ik inwendig. En dan knapt er iets en staat de aloude pré-ALS-Nynke op. In overdrachtelijke zin dan (ha, was 't maar waar). Ik trek mezelf in één ruk aan háár rolstoelhoepel naar voren, zodat ik naast haar terecht kom en de met stomheid geslagen toeschouwende wachtenden achter mij langs kunnen. "Waarom makkelijk doen als 't moeilijk kan," hoor ik iemand achter mij mompelen.

Toegift

Na een luidkeels door velen meegezongen We will rock you en de toegift Bohemian Rhapsody verlaten we net voor de meute en ook voor de knorrige mevrouwen de zaal. Mijn taxibusje lijkt al klaar te staan, maar bij nader inzien is het de concurrent die voor de knorrepotten komt. Haha, zal ik het busje bezetten en dan hard roepen: "Sliep uit, ik was lekker eerst!"?

Maar opgeruimd staat netjes, de slechtgehumeurde mede-invalide verdwijnt met haar compaan in de nacht. We wachten nog een tijdje buiten - busje komt zo, toch? - maar om de kou en omdat het op de schuinte lastig is om de rolstoel zo te stallen dat ik niet het gevoel krijg te kapseizen, zoeken we ons heil weer binnen, andermaal over dat moeilijke drempeltje de sluis in. Het busje komt zomaar niet en als-ie 'over tijd' raakt, belt A de  taxicentrale. Het kan nog wel een halfuur duren, krijgt ze te horen... Als dan ook nog de stank van een sigaretverslaafde, buiten, tot in de sluis doordringt, gaan we maar terug naar de grote foyer. Daar kunnen we bij het raam zitten en het busje zien aankomen.

Helaas blijkt dat nog niet zo eenvoudig te zijn. Ze hebben ze het uitkijkhoekje in de foyer in een niet al te snuggere bui opgeknusd met grootmoeders vloerkleedjes. Met een rolstoel is er geen doorkomen aan en ik denk dat oma zelf ook gestrekt gaat als ze, met of zonder rollator, bij de glazen wand wil zitten. De rolstoel loopt voortdurend vast en A moet hem steeds een eindje optillen om vooruit te komen. Een manspersoon aan het eerste tafeltje die A ziet worstelen, biedt haar zijn fauteuil aan. Maar A laat zich niet kisten en duwt me strijdlustig verder naar het volgende tafeltje. Verdraaide taxi, mijn laatste maaltijd is zes of zeven uur geleden en ik rammel maar ik ben nog lang niet thuis.

De drukte van daarnet maakt plaats voor een bijna uitgestorven schouwburg. Alleen de eenling zit nog aan zijn tafeltje en het personeel staat na te praten en puin te ruimen. Een of andere steltlopende pias torent er hoog bovenuit. Na een stief kwartierke verschijnt dan toch een Jobindertaxi. We ploegen door het kleedjesslagveld terug naar buiten en ik ga aan boord.

De toegankelijkheid voor rolstoelen is, ook zonder rolstoelers die elkaar de tent uitvechten, nog geen succes, bepeins ik. En die invalidentoiletten? Door de dichte menigte en mijn ogen op eenieders konthoogte niks van gezien. Wat ook geen succes is, is de reis terug, maar dat weet ik op dat moment nog niet.

Tormenterend retourtochtje

Het gebrek aan eten en de restverschijnselen van de bppd-aanval vanochtend vroeg spelen me parten als de chauffeur hard zijn best doet om de verloren tijd in te halen. Met de nadruk op 'hard'. Hij rijdt met dezelfde snelheid over rotondes en afslagen als die waarmee ik rechtdoor zou rijden. Pertinent onverenigbaar met mijn draaiduizeligheidsrestanten.

Ik kijk zoveel mogelijk strak naar de lichtjes in het donker buiten om niet in algehele openbare dronkenschap te vervallen. Even doorbijten, bijna thuis. Maar tot overmaat van ramp rijdt hij opeens een andere kant op, er moet nog ergens iemand worden opgepikt. Ik zit gevangen in de veiligheidsgordels rondom lijf en zetel en word steeds misselijker. Elke bocht en elke rem is een gevecht tegen de maalstroom in mijn hoofd. Hmm, zal ik straks in mijn sjieke gobelintas overgeven of op mijn rolstoelcape? Ze zijn beide toch al overwegend groengekleurd. Of toch maar in het gangpad? 

De bij het ziekenhuis opgepikte mevrouw moet ook nog eerst thuisgebracht worden, dus afslag Damwâld op de borden betekent nog niet dat het eind van de kastijding nabij is. Na duizelend veel extra bochten - oh, had-ie mij maar eerst gedumpt - bereiken we eindelijk mijn eindbestemming. Einde marteling? Nee. De chauffeur heeft geen zoetgevooisde dame in de bus die hem bestemming bereikt influistert. De beste man rijdt dan ook stilletjes ons huisje voorbij! Dat ik 'ho' roep, begrijpt-ie, maar dat ik zeg: achteruit, dat verstaat hij helaas niet, dus hij sukkelt, zoekend en pompend remmend, door tot-ie een weggetje vindt waar hij kan keren. OMG, elke seconde van deze eindspurt is me er één teveel. Als hij eindelijk de juiste oprit bereikt, roep ik weer hó! en als ik eindelijk ontgespt ben, rol ik diep inhalerend de frisse lucht tegemoet. En die van de macaronischotel die Zoon bereid heeft.