Ze woont in een flatje in een appartementencomplex. De laatste keer dat ik bij W op bezoek was, huppelde ik nog kwiek achter de rollator aan. Vandaag de dag ben ik buitenshuis rolstoelgebonden. Ik herinner me dat het complex wel een lift heeft. En verder hangt in mijn geheugen een nevelige notie van een hoog seniorengehalte onder de bewoners, vermoedelijk is de boel goed toegankelijk. Maar schijn bedriegt en herinnering soms ook.
Een verhaaltje uit september '25.
Bouwvakkers
Na het onopvallende poortje komen we op het terrein en dan zien we het al. Dit is geen zuivere koffie, de hele boel ligt overhoop. Kennelijk wordt hier grondig onderhoud gepleegd. Overal steigers, werktuigen en bouwmaterialen. En een schaftkeet. De hoofdingang van het gebouw staat wagenwijd open, een blok beton houdt de deur op zijn plek. Als we dichterbij komen, zien we dat ook de hal bezaaid ligt met hout en gereedschap. Hier wordt gewerkt, maar nu even niet, er is geen bouwvakker te bekennen. 't Zal wel schafttijd zijn.
Het massieve betonblok tegen de deur staat de doorgang met de rolstoel in de weg en het ding oogt te zwaar om even opzij te schuiven. Verder zit er een scherpe, hoge drempel in de deuropening. Twee onoverkomelijke obstakels.
G krabt zich achter de oren, hoe gaan we dit aanvliegen? Ze overlegt een moment hardop met zichzelf en gaat vervolgens de straat op, op zoek naar een sterke kerel, mij achterlatend op het binnenpleintje. Ondertussen app ik W dat we ter plekke zijn, maar enige hindernissen op ons pad vinden. G komt na een tijdje terug met maar liefst twee spierbundels die bereid zijn om dames in nood te helpen. Vermoedelijk zo uit de keet geplukt.
Het blijkt echter ook voor deze potige gozers nog een hele klus om de rolstoel met inhoud veilig en wel in het pand te krijgen. Ze laten zich niet kennen en sleuren de rolstoel er deugdelijk door. Eenmaal binnen banen we ons een weg naar de lift, die momenteel een gedaanteverwisseling ondergaat en door al het op de wanden aangebrachte houtwerk nu zo krap is, dat ik er met de rolstoel nauwelijks in pas. De anderen nemen derhalve de trap en sluiten me eenzaam en alleen op, maar niet voordat ze op de knoppen gedrukt hebben. Daar zit ik dan, ingebouwd door spaanplaat en lattenwerk, overgeleverd aan de grillen van een bedenkelijke lift. Maar zien waar ik terecht kom.
G en haar beide bodybuilders zijn al boven als de liftdeuren daar goddank weer open gaan. Ze trekken me achterwaarts uit het benauwende hokje en we (nou ja, zíj, want ik zit er nog steeds met mijn rug naartoe) zien ons voor het volgende obstakel geplaatst: nóg een hoge, smalle drempel. Vasthouden en een schietgebedje doen dan maar, terwijl de wielen over de drempel worden geloodst en ik word geklutst.
Dan volgt een eindeloze, nog steeds achterstevoor-tocht over de smalle, bochtige galerij. Tot we een bekend stemgeluid horen en W zich bij het gezelschap voegt om ons de rest van de route te wijzen.
Buurman
Bij haar flatje aangekomen blijkt daar wederom een zo mogelijk nog hogere drempel voor te liggen. Ze heeft zelf al opritjes geplaatst maar die zijn voor de rolstoel wel wat steil en kort. Met vereende krachten weten de dames en heren me toch het appartement binnen te douwen. Hoe we er vanmiddag weer uit komen? Dat is tamelijk koffiedik kijken.
In de middag maken we ons op voor een struintocht langs monumenten en door open tuinen en verborgen hofjes van de stad. De werklui beneden hebben hun biezen al gepakt, dus G en W moeten maar samen proberen de rolstoel en mij weer de gang op te krijgen. Dat lukt wonderwel, maar na de eerste afslag stranden we alsnog halverwege de galerij.
Zoals wel vaker weet W raad. Ze belt aan bij een vriendelijke buurman - een shantykoorzanger, vertelt ze, die ooit een donatie voor stichting ALS bijeen heeft gezongen - en legt hem het probleem voor. De opgewekte buurman loopt spoorslags gedienstig mee. Hij trekt de rolstoel moeiteloos over de hoogwater-drempels terwijl de dames de deuren open houden. Hij laat zich niet tegenhouden door de nauwe lift maar trekt zijn buik in en werpt zich vrolijk pomtidommend op als liftboy en begeleider. Ik vind het helemaal pomtidom-prima.
We maken nog een wandeling door mooi Franeker en we constateren dat ook hier de rolstoeltoegankelijkheid van straten, steegjes en stoepen soms ver te zoeken is. Aan het eind van de middag nemen we afscheid. Of ik ooit eens weer bij W op de koffie kom? Ervan uitgaande dat de renovatie dan achter de rug is, alleen op voorwaarde dat de buurman thuis is.