Dagje grondig offroad

Op de dag dat ik voor het eerst in vier maanden weer de straat op durfde - met rollator en aan de arm van de fysiotherapeute - en maar liefst tweemaal zes meter lopend heb afgelegd, vat ik overmoedig het plan op om nog iets avontuurlijks te ondernemen. Een cruise naar Groenland? Reis met de Transsiberië-express? Roadtrip across the USA? Was het maar waar. Hoewel ze op mijn nooit gerealiseerde emmerlijst staan, stel ik me nu met iets minder tevreden.

Na een paar geslaagde verkennende Eloflex-missies is het nu tijd om de van ALS Op De Weg in bruikleen gekregen elektrische offroad-rolstoel aan te wenden voor hetgeen ik er feitelijk mee van plan was. Ik boek een taxirit voor mij en mijn Eloflex naar Earnewâld, de wateren waar de familieroots liggen en waar ik het zorgeloze deel van mijn jeugd heb doorgebracht. En dat mij nooit weer loslaat. Moeders gaat op de solotour! Of dat voorspoedig verlopen is? Hm.

Zo gaan Pocahontas en Jabba de Hutt regelmatig een paar meter on the road. Egaler oppervlak dan binnen en zonder deuren en drempels.

Hiawatha

Net voor vertrek komt er een appje binnen van W met de vrij willekeurige melding dat ze de hele middag op een terras aan het water zit. Maar toevallig wel precies waar de geplande eindbestemming van mijn uitgestippelde route is. Dus ik reageer met Verrassing, ik kom naar je toe, W. Gezellig! Ik hang mijn reisparafernalia om mijn nek (de enige plek om iets mee te nemen als je in een basic elro zit). Tas. Keycords met huissleutel, mobiel en alarm met gps. Best vervelend, dat getrek aan je nek en dat gebungel op je boezem. Ik elimineer het alarm (er gebeurt immers nooit wat onderweg, toch?...), en de sleutel en de mobiel stop ik in de tas. Dopper met water, koekjes, zonnebrand, heel veel knoeidoekjes en wat contanten. Niets vergeten?

De taxichauffeur die me ophaalt begint even te mopperen over de Eloflex. Dat er geen bevestigingshaken aan zouden zitten en dat hij niet mee mag. Als ik probeer te zeggen dat ik wel vaker in dit ding ben meegereden, is hij direct van de wijs en gaat hij op een andere gesprekstechniek over, eentje waar ik de afgelopen jaren nog niet eerder mee geconfronteerd ben. In telegramstijl meldt hij: 'ik jou vast zetten,' daarbij beurtelings wijzend naar mij en naar de rolstoel. 'Jij goed zitten?' Inwendig zit ik te grinniken om deze Hiawathataal.

De rest van de reis doet hij er het zwijgen toe en ik ook. Hij zet me keurig op de afgesproken plek af. Helemaal blij rijd ik naar het water maar ik ontdek al gauw dat er veel veranderd is, zowel in de infrastructuur van Earnewâld als in mijn mobiele mogelijkheden. Dat trappetje was hier vijf jaar geleden toch niet? Waar is de ingang van die koffietent gebleven? Ik wil langs de haven, bootjes kijken, en uiteindelijk naar de pont, maar waar moet ik langs? Veel te bootjes kijken valt er trouwens niet. Het vaarseizoen is begonnen, de zomervakantie nog niet.

Ons huis, 1973-1977

Aan de overkant heb ik een mooie route bedacht. Het was slimmer geweest om aan de andere kant van het water te starten, maar ik wilde ook eens als rolstoeler op het water zijn. Gewoon omdat het kan. Ik rijd rustig over een mooie promenade en ik hoop maar dat men zo slim is geweest het hele pad rolstoeltoegankelijk te maken en bij de pont te laten uitkomen`. Als ik diverse rollators - al en niet bemenst - op mijn pad tref, bevroed ik dat ik goed zit.

Op koers

Ik kom inderdaad volledig gelijkvloers bij het pontje aan. Stoer laat ik zien hoe kundig ik de oprijplaat neem, onder toeziend oog van een paar heren aan boord die me best wel willen helpen. Niks hoor, vandaag red ik me  lekker zelf (tot op zekere hoogte...)! Ik ben helemaal in mijn element en geniet met volle teugen van dit ultrakorte vaartochtje, ondertussen dagdromend over die cruise. Aan wal stuit ik op wat eens een prima restaurant was, maar een ijscoupe zit er niet meer in. De aankomst bij dit vervallen en dichtgetimmerde etablissement en het overwoekerde en met brandnetels omzoomde pad en het kille stalen hekwerk, is allesbehalve verheffend.

Ik koers door langs het campingterrein en rijd door een lekker koel bosachtig gedeelte waar het wel uitkijken geblazen is om niet in de modderige wegkant te raken. Daarna volgt een veen- en rietlandschap met lage bebossing waar ik de geuren van vroeger opsnuif. De zon schijnt met hoge kracht op mijn kruin. Het is niet druk; ik tref vooral goedgeluimde oudere stellen die mij stuk voor stuk iets vriendelijks toeroepen. Bij elke tegenligger ga ik uiterst rechts op het schelpenppad rijden, maar omdat het pad bol is en de zijkanten zompig,  heb ik de grootste moeite om de Eloflex in het juiste spoor te houden. Als ik ook maar even naar knappe mannen kijk (bijvoorbeeld dan, hè), raak ik al op de bermrand en moet ik met een rukje aan de joystick de koers corrigeren.

Zonnebrand

Na een tijdje raak ik bij uitwijken voor anderen iets teveel van het padje. Niet ernstig, maar toch zo gestrand dat ik niet weer uit de berm kan komen. De tegenliggende fietsers hebben niets gemerkt en verdwijnen uit zicht. Wachten op de volgende lichting dus. Het duurt niet heel lang eer er twee sportieve dames stoppen en naar me toe komen. "We helpen je, hoor!' Samen hebben ze me zomaar weer in het gareel. Ze lijken op elkaar, twee zussen vermoedelijk, zongebruinde veertigers, zelfde kleedstijl en haardracht, zelfde witte petje. "Heb je geen pet of hoed? Je moet je hoofd bedekken hoor, het is zo veel te warm in de blakke zon." Aha, toch wat vergeten! Ze vissen - met mijn toestemming - een van mijn knoeidoeken uit de linnen tas en beginnen er een bandana van te vouwen. Maar het project mislukt en ik kan fluiten naar een hippe 'head wrap'.

Ze zijn echter nog niet klaar met me. Zo vragen ze of ik wel drinken bij me heb en zonnebrandcrème. Jahaa, wat dacht je wat: mijn toverknapzak levert het allemaal. Ze vragen of ze me even moeten insmeren want ik ben behoorlijk verbrand,  zeggen ze terecht. Ik heb me thuis al ingesmeerd maar een extra smeerbeurt is geen overbodige luxe. 'Heb je ALS?' vraagt de één, terwijl de ander me insmeert. Zeker mijn ALS-dopper gezien, of het opschrift van de bruikleenverstrekker op de Eloflex. Ik knik. 'Rotziekte,' zegt ze.

Na deze bijzondere verzorgingsbeurt maak ik aanstalten om verder te rijden. Ze drukken me nog op het hart: "geen ruimte geven aan fietsers; zij moeten juist ruimte voor jóu maken!' Zo ben ik niet opgevoed maar vanuit het oogpunt van veiligheid pas ik de goede raad toch maar direct toe. Het werkt. Alle tegenliggers houden hun snelheid in, stoppen of gaan door de berm. Ze bedanken me nog ook, terwijl ik toch nauwelijks opzij ga. Ha, ik voel me heer en meester over en op mijn Elo! Maarre, kwam hoogmoed niet voor de val?

Koekoek!


Hier ongeveer kwam ik 'zusters' tegen

Picknick

Ik heb de heenreis netjes getimed en berekend wanneer ik rechtsomkeert moet maken om op tijd bij de taxi terug te zijn. In de verte zie ik al de ophaalbrug waarbij W volgens de overlevering inmiddels op een bankje me zit op te wachten, fototoestel in de aanslag. Maar na enkele meters op het dijkje tussen de twee vaarten, rol ik toch maar weer achteruit. Ik haal het niet, realiseer ik me sip. Over zo'n 20 minuten vanaf dit punt moet ik uiterlijk aan de weg terug beginnen. Als ik nog tien minuten doorrijden zou, zou ik direct terug moeten. Niet leuk. Bovendien ben ik aan een natje en een droogje toe. Ik weet een mooi plekje en dat is nog vrij ook. Wel zit een ouder (echt)paar een boom verder te vissen. Ik rijd voorzichtig een eindje het gras in onder een schaduwrijke boom. Daar heb ik prachtig zicht op het water. Even pauze.

Ik app W dat ik het niet meer haal. Ik heb, vrees ik, mijn voornemen vandaag gebaseerd op een tochtje met de scootmobiel, die 15 km/uur kan. Met de kruissnelheid van de Eloflex kom ik, achteraf beschouwd, per uur nog geen drie kilometer verder. Foutje... Maar, ze komt wel met de fiets naar mij toe, antwoordt ze. Ze had al fietsters gevraagd of ze mij toevallig hadden zien rijden. 'Ja, een heel stuk verderop!' Ik heb amper mijn picknick van kraanwater en bastognekoekjes achter de kiezen of daar is ze al met haar hele fietsreisuitrusting. 

Idyllisch picknickplekje met aan de overkant helemaal links de plek waar de rechterfoto van mij is gemaakt.

Off road!!

Na een kwartiertje (eenzijdig) kletsen moet ik weer aan de reis terug beginnen. W wil nog even de Eloflex bewonderen en kijken hoe ik ermee wegrijd. Gelukkig maar, anders had ik dit stukje niet kunnen schrijven.

We nemen afscheid en ik scheur vrolijk zwaaiend weg op het schelpenpad op de dijk. Daarbij slippen de wielen in een laag niet-ingereden schelpen op de rand van het pad. Ze zijn de grip kwijt. De elektrische rolstoel met mij erin stevent regelrecht op de ringvaart achter de rietkraag af. De dijk loopt behoorlijk steil af en de Eloflex gaat, ondanks achteruitmoteren met de joystick, op volle kracht op het water af. Sturen helpt hier niet en de neergang is niet te stoppen. In die paar tellen gebeurt er van alles tegelijk. Ik voel dat de veiligheidsriem van de Elo losspringt waardoor ik uit de rolstoel glijd. In een reflex grijp ik nog het puntje van de armleuningen en zet mijn hakken in de grond waar ze helaas meteen geschept worden door het voetenplankje want de rolstoel dendert gewoon door. Ik zet me schrap voor de plons en overweeg een fractie van een seconde om me maar los te laten zodat ik in het riet beland en hooguit overreden word door de rolstoel.

En dan ineens... blijft de rolstoel toch hangen! Gered door good old W! Ze weet nog net de rolstoel te pakken voordat die in de plomp verdwijnt met mij eronder! Maar nu?

De hele bedoening uit de onderwal trekken lukt natuurlijk niet. Elo en ik wegen samen zeker 115 kilo en de oever gaat steil omhoog. Het enige dat we kunnen doen is op hulp wachten en om die te bespoedigen zetten we het allebei op een schreeuwen. Over mijn schouder heen kan ik de visserman zien staan. W roept luidkeels om hulp, maar de man reageert niet. Dan zet ik mijn befaamde paniek-yell in. Die is zo schel en hard dat W er spontaan tinnitus van zou krijgen als ze het niet al had. De man vist onverstoorbaar voort.

W kan de vissers vanuit haar positie niet zien, maar ziet wel een wandelaar in de verte opdoemen. Samen schreeuwen we moord en brand, want W is bang dat ze met haar wrakke knieën de hele handel niet lang meer kan houden. Ondertussen glijd ik langzaam verder van de zitting en kom scheef onderuit te hangen. Ik moet koste wat kost die armleuningen vasthouden, ook al zitten mijn armen ergens pijnlijk klem. Of moet ik me alsnog eruit laten glijden zodat zij de lege rolstoel terug kan trekken? Hoe krijgen ze me dan weer op de been? Ik moet er niet aan denken dat W los zou laten en ik de sloot in glij met de Eloflex bovenop me. Wel een voordeel dat de gordel los is geraakt trouwens, kan ik in ieder geval nog pogen weg te zwemmen. Stel je voor dat ik hier helemaal alleen was geweest. Zonder de automatische valalarmknop met gps 'want er gebeurt toch nooit wat', wie zei dat ook weer?... Ze hadden me nooit teruggevonden.

Foto van dezelfde plek, vier jaar geleden. Onder de grote boom de picknick. Bij het rode kruis de plaats van het incident, bij het paarse kruis zat/stond het Oostindisch dove visserspaar. Plaats delict eigenlijk.

Visserslatijn

Alle hoop is nu op de wandelaar gevestigd. Deze versnelt zijn pas, maar het gaat ons lang niet snel genoeg. Misschien een professionele hulpverlener die weet dat hij niet mag rennen om niet zelf onderuit te gaan? En W maar schreeuwen. Opschieten, help, zo gauw mogelijk! En ik blijf maar gillen in de hoop de beide vissers in actie te krijgen... Zijn ze allebei doof?

Hoe lang dit zo geduurd heeft? Tien minuten misschien? Achter de wandelaar duiken nu ook twee fietsers op. Ze komen alle drie tegelijk bij ons aan en nemen de rolstoel over. Met zijn drieën sleuren ze hem uit het riet bij de wal op. Ze zijn daar zo mee bezig dat ze niet merken dat ik nog verder wegglijd. Alsjeblieft, laat me niet vallen! Nu niet meer! Ik krijg de voeten niet plat op de grond om me op te drukken omdat dat domme voetenplankje in de weg zit. Dus het is een kwestie van goed vasthouden en een schietgebedje doen tot het geheel op het pad staat. Opnieuw is W de redder in nood omdat zij als enige opmerkt dat ik als een slappe dweil achter de rolstoel aan sleep. Eindelijk word ik omhoog gehesen en weet ik me veilig. De spanning vloeit langzaam weg terwijl de tranen daarentegen nu rijkelijk vloeien.

De wandelaar vraagt, kijkend naar de twee vissers: "Waarom hebben die mensen jullie niet geholpen?" Tjaaa, dat zouden wij ook wel willen weten. "Ik ga het ze vragen." De wandelaar (toch een professional?) voegt de daad bij het woord en stapt op de vissers af. Jammergenoeg krijgen we het gesprek niet mee en het waarom blijft tussen de dimensies hangen, maar omdat ik de wandelaar na gedane zaken boos hoor zeggen: "Volgende keer hélpen!" trek ik de conclusie dat zeker één van twee niet doof is.

Hoe langer ik er naderhand over nadenk hoe bozer ik word, dat ze het hulpgeroep op een steenworp afstand genegeerd hebben terwijl de wandelaar het van een halve kilometer al hoorde. Nalaten hulp te verlenen is trouwens nog strafbaar ook. Ik vraag me af of ik het drietal dat wel hulp verleende wel bedankt heb voor de reddingsactie.

Zelfde plek, andere dag

Dankzij deze solo-Elotour heb ik mijn lesje geleerd!

Les 1: Houd er rekening mee dat een pietluttige chauffeur weigert om jou en je elro mee te nemen.

Les 2: Overschat de snelheid en actieradius van je elro niet.

Les 3: Kijk niet naar de lucht of achterom als je met een elro op pad bent.

Les 4: Kijk en zwaai niet naar knappe mannen als je met een elro op pad bent.

Les 5: Rijd blootshoofds als je een zonnesteek wilt oplopen.

Les 6: Blijf midden op straat rijden en wijk niet uit voor anderen.

Les 7: Nut en veiligheid van een gordel is maar betrekkelijk. 

Les 8: Ga op pad zonder een alarmknop als je niet gered wil worden.

Les 9: Plan nooit een veerpont in het eind van je route.

Les 10: Rijd nooit in zeven sloten tegelijk. Eén is al erg genoeg.


Fatbikes

Na dit gelukkig goed afgelopen avontuur loopt W nog een eindje met me mee en drukt me ook al stevig op het hart om midden op het pad te blijven. Dan gaat ze terug naar haar fiets, om in tegengestelde richting haar weg te vervolgen. Ik draai me om en zwaai naar haar, zonder na te denken, waarop ik prompt weer in de zachte schelpen zink. "Niet achterom kijken!" roept ze geschrokken en een beetje bestraffend. Tijdens het omkijken zie ik in mijn ooghoeken trouwens wel iets donkers naderen. Een groep fatbikes. Nee, hè.

Na een paar minuten ben ik de me vermoedelijk achtervolgende fatbikes alweer vergeten. Concentrating on tracking right geniet ik nog maar half zo van mijn ritje. Het natuurschoon keur ik nauwelijks een blik waardig, laat staan dat ik fotostops houd. Ik ben helemaal gefixeerd op het pad en de tegenliggers.

Dan knarsende wielen achter mij, en een lijzige stem die roept: "Wij rijden achter u, mevrouw. Wij halen u niet in, hoor, mevrouw." Een bekende stem. Ik kijk tóch even over mijn schouder en zie... de fatbikes! Zijn zeker ergens blijven hangen. Ik gooi wat meer kolen op het vuur, om ze maar niet te hinderen. "Doet u maar rustig aan, mevrouw."

Ik realiseer me dat W mijn leven heeft gered. Ik heb er forse hematomen en zij spierpijn en -verrekking aan overgehouden, maar het is goed gekomen. Het 'thanks for saving my life'-boeket werd tot drie keer toe (verkeerd) bezorgd. Driedubbel verdiend!

Opeens weet ik me te herinneren waar ik die stem eerder heb gehoord. Op een gegeven moment verlaten ze het schelpenpad ("Wij slaan hier af, mevrouw."). Ik kijk toch stiekem weer om, maar niet dan nadat ik gestopt ben. Als ik het niet dacht. Het is de Wmo-taxichauffeur die mij in maart en april ettelijke keren naar mijn op sterven liggende vader heeft gereden. Maar dat kon hij niet weten en ik kon het niet zeggen. Dus elke keer kreeg ik een welgemeend maar wat wrang "Fijne middag, mevrouw," te horen. Vandaag heeft hij het 'goedgemaakt'. 

Later hoor ik dat W hoogstpersoonlijk de fatbikers tot staan had gebracht met de mededeling dat verderop een mevrouw in een rolstoel reed die net een akelig avontuur had beleefd en dat ze mij niet mochten opjagen. Typisch een actie van W. Reken maar dat die fatbikers ontzag voor haar hadden!

Pontificaal

Het incident heeft al met al niet alleen zenuwen gekost, maar ook heel wat tijd. Op het tijdstip dat ik klaar moet zitten voor de taxi, kom ik nog maar net aan bij de pont. En die ligt altijd aan de overkant als je haast hebt. Na een paar tergend lange minuten meert hij uiteindelijk voor mij aan. Ik race de pont op en denk: varen met die hap! Maar de schipper denkt dat niet. Die gaat rustig aan wal een sigaretje roken in afwachting van meer passagiers. Die komen er niet. Ook aan de overkant blijken geen wachtenden te zijn, dus waarom zou hij zich haasten? Toeristen hebben toch alle tijd.

Dat deze toerist op hete kolen zit (ik had er nog een paar over), laat ik niet merken. Lijdzaam wacht ik tot de pont in beweging komt. Zoevend over de boulevard kom ik 15 minuten te laat te bestemder plekke. Geen taxi nog (of alweer weg?...). Ik heb nog maar net een schaduwplekje bemachtigd als het busje komt aanrijden. Gelukkig. Nog een beetje van slag onderga ik de terugreis als een kwelling want ik heb geen energie meer om tegen de G-krachten in te hangen in de voor mij te brede Eloflex. In elke bocht maak ik een flinke schuiver en loop ik een halve whiplash op. De andere helft volgt als bij een wegdrempel mijn romp mijn hoofd niet meer kan tillen en laatstgenoemde horizontaal achteroverklapt. Wat een enerverende dag.

Thuis word ik begroet door Zoon. Na een blik op de vuile wielen van de Eloflex merkt hij op: "Hé, offroad geweest?" Ik glimlach onnozel. Nou eh... nogal ja...

Had ik 'm toch maar gehad