Scootmobielroute

Iedereen die een scootmobiel van de gemeentelijke Wmo heeft, is uitgenodigd voor een 'route' door de gemeente, voorafgegaan door een instructie. Ik ben natuurlijk een natuurtalent dus mij kunnen ze niets leren, maar toch meld ik me ervoor aan. Uit nieuwgierigheid, omdat het kan. En omdat het misschien het toch stiekem wel leerzaam is.

Net als bij de virtuele kliniek, zet de term scootmobielroute me op het verkeerde been. Bij het zien van de flyer denk ik aanvankelijk dat er in de gemeente een rijroute speciaal voor scootmobielen is aangelegd. Bij nadere beschouwing echter blijkt het om een toertocht door de gemeente te gaan. Met scootmobielen, dat wel.

Bij aankomst bij Het Trefpunt, het trefpunt, slaat de schrik me om het hart: er staan allemaal verlaten scootmobiels voor de smalle deur en de bezitters waggelen stuk voor stuk op eigen kracht naar binnen. Word ik geacht te kunnen lopen? Ik moet met mijn hele hebben en houden naar binnen, anders heb ik hier niets te zoeken. Als er een welzijnswerker naar buiten komt om me te helpen, ben ik even bang dat-ie me naar binnen komt tillen. Maar natuurlijk maak ik me weer druk om niks. Hij opent de andere helft van wat een dubbele deur blijkt te zijn en ik kan zo naar de koffiekopjes rijden. Uiteindelijk zijn er nog wel drie of vier scootmobilisten die net als ik vastgekleefd zijn aan hun bolides.

De tocht is georganiseerd door Welzijnsorganisatie Wijzijnyfke.

Hier had een van de foto's kunnen staan die zij onderweg hebben gemaakt, als ze gereageerd hadden op mijn mailtjes.

Verkeersinstructie

Na koffie en een broodje en verdere opstartstrubbelingen is het eindelijk tijd voor een beknopt overzicht van de voor scootmobielers geldende verkeersregels. Gesneden koek natuurlijk. Of toch niet? Voor het voltallige publiek - twintig  scootmobielrijders en hier en daar wat aanhang - komt de maximumsnelheid die  bij de scoot is toegestaan bijvoorbeeld wel als een verrassing. Vijfenveertig kilometer per uur! De heren in het gezelschap zijn hun kwajongensstreken nog niet verloren: opvoeren die handel! De instructeur van de Stichting Bevordering Verkeerseducatie raadt dat toch maar af ook al zou het wettelijk gezien gewoon mogelijk zijn. En als je wel met 45 door 't dorp wilt racen "doe dan in ieder geval een helm op." Maar de meesten vinden de huidige 15 km/uur die de scootmobielen doorgaans maximaal kunnen halen, toch wel meer dan genoeg.

Aan de hand van smakelijke praktijkvoorbeelden legt de SBV'er uit waarom je sommige dingen wel en andere dingen juist niet moet doen met je scootmobiel (die voor de wet een invalidenvoertuig is). Hij loodst ons door een verkeersbordsessie waarbij de kernvraag telkens is: mag-ie hier wel of mag-ie hier niet? Een eyeopener voor de meesten, inclusief mezelf, is om te horen dat je met je scootmobiel de ene keer gelijkgeschakeld wordt met een voetganger en de volgende keer met een bestuurder, met de daarvoor geldende regels; dat kan dus per situatie wisselen. Zo komt het voor dat je als bestuurder een straat niet in mag, maar als voetganger mag het wel. Dan kun je voor de gelegenheid even voetganger wezen. Als je dan maar niet harder dan 6 km/uur rijdt.

Ook leuk: op sommige wegen mag je niet de voetganger uithangen, maar als je in de huid van een bestuurder kruipt, legt niemand je een strobreed in de weg. Zelfs als je maar 6 km/uur rijdt. Om nog meer verwarring te zaaien, vertelt de instructeur dat 'verboden voor brommers' betekent, dat je aldaar op de scootmobiel een voetganger bent; verder vertelt hij dat je je van een verplicht fietspad niks hoeft aan te trekken want je bent geen fiets; maar het mág wel. Je kunt je in de hoedanigheid van bestuurder op de weg begeven, tenzij het een auto(snel)weg is, maar je mag ook als voetganger op het trottoir. Bij een oversteekplaats kan je ook alweer kiezen: als wandelaar op het zebrapad of als bestuurder op de fietsoversteekplaats. Als het je duizelt van de keuzemogelijkheden, kun je beter gaan slalommen.

Ander interessant weetje dat de groep ter ore komt: niet alleen blinden met een blindenstok moet je, buiten het zebrapad om, altijd laten oversteken, maar ook overige kwetsbaren, zoals mensen met een rollator. In de praktijk doet vrijwel niemand dat laatste en vermoedelijk is de rollatorrende medemens zich zelf ook niet bewust van zijn privileges. Voor rolstoelers stopt men in de regel wel, terwijl dat nu juist niet nodig is.

Het natuurtalent in mij was minder op de hoogte dan zelf verwacht.

Halverwege de les staat een mevrouw op en houdt het voor gezien. "Ben ik te saai?" vraagt de instructeur, die meteen de lachers weer op zijn hand heeft. De mevrouw snelt weg, mompelend: "Ik ben met de dagen in de war." Dacht kennelijk dat ze bij de rummycupochtend zat. Dit hilarische intermezzo meegerekend is de les een geslaagd onderdeel van het programma dat ook nog eens de tongen losmaakt. Er wordt verteld dat men van plan is dit soort gezamenlijke bijeenkomsten-met-tripje iedere drie weken te organiseren. Zonder de les uiteraard, maar wel met een koffieklets.

Na de les worden we allemaal naar buiten geleid - op een haar na mis ik een dienblad met afwas - en bestijgt een ieder zijn touringmobiel. Twee echtparen blijken zelfs over een tandem-scootmobiel te beschikken. Zo'n long vehicle heeft meer ruimte nodig in de bocht, zeker als daar een op- of afrit ligt en daar zijn andere weggebruikers niet altijd van doordrongen. Dat ook een gewone, driewielige scootmobiel haaks op een op- of afrit af moet rijden heeft het overige verkeer ook veelal niet goed op het netvlies staan. Maar dat terzijde.

Ik voeg me maar zo'n beetje in het midden van de rij in, waarna we achter elkaar en in rap tempo op pad gaan, een oranje hesje voorop fietsend en een geel hesje als hekkesluiter. We hebben de vaart erin en zoals te doen gebruikelijk in het verkeer, maar zeker als je optochtparticipant bent, moet je niet alleen je voorgangers scherp in de gaten houden maar ook in het oog houden wat er achter je gebeurt. Ook onder scootmobielers wordt namelijk maar raak gebumperkleefd. Bumpergekleefd? Ik heb nauwelijks gelegenheid om om me heen te kijken, met mijn ogen afwisselend maar strak op de zijspiegels en de rijdenden voor mij gericht. Maar, ach, het is ook wel grappig, zo'n processie van snorrende scootmobielen. We worden enthousiast begroet door vrolijke dorpsbewoners die de sleep fluistermobielen toevallig spotten en een groepje opgeschoten jeugd heeft de grootste lol als ze de parade voorbij zien zoeven.

Pauze

Ik begin behoorlijk moe te worden van het vasthouden van de gashendel. Ik heb niet voor niets naast handbediening ook voetbediening bedongen. Op de lange stukken is het met een voetpedaal vele malen langer vol te houden, ten minste met mijn kwaal. Nadeel is dat je er geen precisiewerk mee kunt doen. In een winkel of in druk verkeer is je snelheid met handbediening veel beter te doseren. Voor het overschakelen van hand naar voet en terug, is het nodig even te stoppen, anders spat de aandrijving je om de oren. Maar we krijgen geen enkele gelegenheid om te stoppen. Zelfs niet bij kruisingen; daar blokkeren de hesjes het overige verkeer en de toerrijders kunnen non-stop doorstormen.

Lange tijd denk ik bij mezelf: ach, er komt straks wel een pauze. Maar die komt niet. En ik krijg pijnlijke krampen in mijn hand. Bij een oversteek vang ik de blik van het gele hesje en roep, zacht, maar zo goed mogelijk articulerend: "Pauze?" Ze hoort me niet eens. De volgende oversteek probeer ik het bij het oranje hesje. Een hap lucht en dan uit volle borst 'brullen': "Even pauze?" Helaas. Ik kom niet over.

Als de handkramp te hevig wordt, stop ik toch zelf maar even want ik kan niet meer. De achteropkomenden beginnen meteen te roepen: "Toe maar! Doorrijden!" Maar ik vertik het. "Pauze," roep ik nog maar eens. En nu vangt iemand de boodschap op - en rijdt gewoon door, net als iedereen. Hopeloos dit. Ik wapper wat met mijn handen en schud mijn armen lekker los in het luchtledige, en besluit, gepijnigd en geprikkeld, om toch maar weer aan te sluiten. Wat zowaar een compliment oplevert van het op mij wachtende gele hesje. "Goedzo!" Nou ja zeg.

Na een tijdje heb ik toch echt weer een pauze nodig. Hoe die anderen het volhouden is me een raadsel, maar mijn hele arm doet pijn. Maar elke pauze die ik mezelf gun, wordt me door het hesje misgund. Of ze snapt er geen snars van, wat me waarschijnlijker lijkt. "Doorrijden, hoor!" Door mijn mini-pauze ben ik nagenoeg de laatste in de rij geworden. Het irritatieniveau stijgt bij ieder commando van de directrise vlak achter me. Het lijkt wel een kleuterklasrit, kompleet met kinderjuf, maar ik hou vol tot het eindpunt bij het gemeentehuis.

Bij het gemeentehuis aangekomen, worden we verwelkomd door de invoelende Wmo-consulente en haar collega's. Lopend en rollend gaat de groep naar de kantine - en dan haak ik plotseling af. Ik heb geen energie meer om me in de theeleutende mensenmassa te manoeuvreren en zwijgend het gezwets en geklets van al die onbekenden aan te horen. Deze beproeving iedere drie weken? Nee dank je wel. Ik hoop onopgemerkt de plaat te poetsen, maar ik heb buiten het opperhoofd gerekend. "Vond je het wel leuk?" vraagt het hesje vals-vriendelijk, want het misprijzen staat op mijn gezicht te lezen. "Ja, hoor." Leugentje om bestwil. Want als ik 'nee' zeg, moet ik dat ook nog uitleggen en ik heb geen puf in discussies en daar ook geen spraakreserve meer voor.

Fotostops

Een paar dagen later maak ik nagenoeg hetzelfde ommetje, maar nu op mijn eigen manier. Dus met veel (foto)stops op het smalle fietspad. Met de scootmobiel waag ik me niet, zoals met de driewieler, met één wiel in de berm bij tegenliggers. Geoefende fietsters schieten gewoon om de scootmobiel heen, ouderen houden hun elektrische fietsen in en rijden heel voorzichtig en bibberend langs me heen, waarbij sommigen opmerken dat het hier wel erg smal is. Of dat een verwijt is aan de fietspadbeheerder of aan mijn adres, is niet duidelijk.

Een oudere mevrouw stopt maar helemaal en verkondigt dat ze me liever lopend passeert. Ik verwacht weer kritiek op de breedte van het pad of mijn mobiel, maar deze vrouw heeft iets anders in de zin: een sociaal praatje, over het weer, de natuur, haar woon- en familieomstandigheden, dat ze al tachtig is geweest en over de zwaluwen die in groten getale rond onze hoofden zwermen. Ik hoef alleen maar af en toe 'o,' 'ja' en 'nee' te zeggen. Ik ben benieuwd hoe ze straks reageert, als ze na het lichten van haar doopceel ontdekt dat ze tegen een spraakgestoorde staat te oreren. Als ik eindelijk een paar zorgvuldig gekozen woorden kan zeggen, ben ik verbluft dat ze zich niet uit het lood laat slaan. We socializen zelfs nog een paar minuten door en ze reageert adequaat op mijn gebrabbel.

Als ik op het punt sta te vragen of ze misschien ervaring met dysarthrie heeft, worden we onderbroken door haastige wielrenners die van verre al hun fietsbellen in de strijd gooien. De oude dame maakt zich opvallend vlot uit de voeten en scheldend sjezen de snelrijders langs mij en haar heen door de berm. "Je gaat toch niet midden op een fietspad stilstaan," hoor ik de achterste tegen de voorste mopperen. Nee, ja, sorry mevrouw, ik sta hier opdat tegenliggers zoals u veilige doorgang hebben. Sterker nog: ú dient mij juist de ruimte te geven want u ziet dan misschien een scootmobiel, maar ik ben in wezen een vermomde voetganger, een kwetsbare nog wel. Nu u weer.