Door velen gevreesd en verguisd: de tandarts. Ook ik ga er met frisse tegenzin naartoe, zeker sinds ik bulbaire ALS heb. Onze nieuwe en jonge tandarts heeft gelukkig, in tegenstelling tot zijn norse voorganger, alle begrip voor mijn vijven en zessen. Zo hoef ik niet uiterst plat te liggen, ik krijg slik- en adempauzes en ik mag zelfs zijn handschoenen stukbijten. (Zie Niet voor één gat te vangen.)
Vandaag arriveren Man en ik met met een karrevracht aan hulpmiddelen. Nou ja karrevracht... het past met de nodige moeite net in de auto. Ik zit in de handbewogen rolstoel en Man heeft, terwijl hij de stoel voortduwt, de rollator achterstevoor op sleeptouw. De bedoeling is dat ik met behulp van de rollator de gevreesde oversteek ga maken van de rolstoel naar de, eveneens gevreesde, tandartsstoel.
Bij binnenkomst ziet de tandarts het meewarig aan. "Blijf maar in de rolstoel zitten, hoor, ik kan beter in de bocht dan jij. Krijg ik gelijk wat meer lichaamsbeweging." Blij toe! Een beetje onderuit hangen alsof ik van het zonnetje zit te genieten, de nek rustend op de rugleuning, is het bijna ontspannend; net zo (on)comfortabel als gisteren. Toen namelijk was ik onderworpen aan de wrede handen van de fysio, waarmee hij - na het wekelijkse ritueel van rekken, strekken en stappen - mijn gegeselde nek nogal hardhandig masseerde (zoals ze dat dan, uiterst verwarrend, betitelen) om de onlangs opgelopen hoofdpijn als gevolg van een whiplash-look-alike te bestrijden. (Zie Dagje grondig offroad.) Tijdens die massage lag ik bijna te slapen op de twee kussens waarop ik het hoofd moest laten rusten. Dat geëufemisticeerde kneden en knijpen leverde overigens niet alleen blauwe plekken op, maar ook inderdaad verlossing van de hoofdpijn.
Achter de kiezen
Nu ja, we waren bij de tandarts, nietwaar. Na enig peuterwerk wil de tandarts röntgenfoto's van de kiezen maken om te zien of het onder de kiezen net zo in orde is als het zichtbare deel ervan. Hij propt een plaatje in mijn wangzak. "Bijt maar dicht." Maar bijten lukt me niet. In plaats daarvan komen er allerlei onestetische gorgelgeluiden uit mijn keel. "Geeft niet, we doen de andere wang wel eerst." Opnieuw echter volgt er onfris geborrel uit de diepste krochten van mijn keel, plus een mishap waarbij ik het plaatje ineens tussen in plaats van naast mijn kiezen krijg.
"Het is wat het is," mompelt de tandarts berustend. "Het ziet er op het oog goed uit maar ik wilde graag weten of er verborgen gebreken sluimeren." De fotoplaatjes gaan linea recta de prullenmand in. "Als je maar die speciale tandpasta blijft gebruiken," lacht hij. Oeps, dat doe ik sinds de eerste tubes leeg waren, niet meer... Ik vertel dat ik nog een nieuwe tube Duraphat heb liggen en dat ik dus geen nieuw recept hoef.
Stiekem vind ik het wel fijn dat de kastijding niet wordt doorgezet, ook al zou dat wel in mijn eigen belang zijn. Dat, gecombineerd met ontheffing van plaatsnemen in de behandelstoel, maakt dat ik nu met wat minder tegenzin naar de tandarts ga.
Deze tandpasta met natriumfluoride is speciaal voor mensen die extra risico lopen op tandbederf. Ik heb vaak een droge mond als gevolg van pilletjes die ik slik tegen speekselvloed. Een kwestie van de gulden middenweg tussen die twee te bewandelen. Tel daarbij op dat het steeds moeilijker wordt om de elektrische tandenborstel effectief langs het gebit te navigeren en je weet dat ik een goede kandidaat voor cariës ben.
De dit jaar overleden Maurits van Selms wist in zijn werk zijn twee werelden te verbinden: zijn ervaring als ALS-patiënt (sinds 1998) en zijn wetenschappelijke tandartsexpertise. Hij initieerde en leidde diverse onderzoeken naar mondzorg bij mensen met ALS. Het artikel hiernaast bevat adviezen en praktische tips voor mondhygiëne bij ALS/PLS/PSMA.